Maaltijdbezorger Deliveroo moet toch pensioenpremie afdragen. Heeft u de Bpf-check op orde?

De rechtbank in Amsterdam vindt Deliveroo geen techbedrijf. Daarom moet de maaltijdbezorger met terugwerkende kracht pensioenpremie gaan afdragen aan het Pensioenfonds Vervoer. Er staat voor het bezorgend personeel nog een rekening open van 638.972 euro. De zaak was aangespannen door het pensioenfonds nadat de rechter in januari oordeelde dat Deliveroo onder de cao beroepsvervoer valt.

Het Pensioenfonds Vervoer kent vier criteria of een onderneming verplicht pensioen moet opbouwen bij hun fonds. Er worden goederen vervoerd, het gebeurt over de weg, tegen een vergoeding, en de werkgever doet de vervoerswerkzaamheden uitsluitend of in hoofdzaak. Omdat Deliveroo meer dan 50 procent van de loonsom kwijt is aan vervoersactiviteiten, was het voor Pensioenfonds Vervoer zo klaar als een klontje.

Heeft u bij het tot stand brengen van uw bedrijf-pensioenregeling een terdege controle op uw al dan niet verplichte aansluiting bij enig Bedrijfstak pensioenfonds gedaan? De consequenties van onterechte niet-aansluiting kunnen enorm tot fataal zijn. Ook bij verlenging van bestaande regelingen is het noodzaak te controleren of u inmiddels wellicht tot aansluiting verplicht bent door bijvoorbeeld wijzigingen in de verplichtstelling dan wel uw bedrijfsactiviteiten. Hét Kenniscentrum voor Pensioen kan deze check voor u uitvoeren. Neem daartoe vrijblijvend contact met ons op.

 

MINDER RISICO OP KORTINGEN OP PENSIOEN

Dekkingsgraad mag lager

In het voorgestelde nieuwe pensioenakkoord dient een pensioenfonds de pensioenuitkeringen te korten bij een dekkingsgraad van 100%.

Nu is dat bij 104% of 105%. Dat verschilt per pensioenfonds.

Er kan dus sneller worden verhoogd. Of er hoeft juist minder snel te worden gekort.

Hierdoor kan het inhalen van eerdere kortingen of gemiste indexatie (inhaalindexatie) sneller plaatsvinden omdat de grens nu lager ligt. Daarin schuilt echter ook een gevaar (probleem naar de toekomst verschuiven). Er zullen regels voor komen.

Tijdelijk minder snel korten

Vanwege het principeakkoord worden de huidige kortingsregels tijdelijk versoepeld.

Gedurende de overgang naar het nieuwe stelsel hoeft er bij dekkingsgraad boven de 100% niet gekort te worden (was 104%). Concreet zullen de pensioenfondsen dus extra tijd krijgen om aan de financiële vereisten te voldoen.

Pensioenfondsen die al vijf jaar lang in onderdekking zitten en ook aan het eind van het jaar een dekkingsgraad onder de 100% hebben, zullen wel een onvoorwaardelijke korting moeten doorvoeren zodat ze weer op 100% uitkomen.

Met deze maatregel is de kans dat pensioenfondsen al in 2020 moeten korten veel kleiner geworden. Of kan de korting lager zijn dan onder de oude/huidige regels omdat de grens van 100% eerder is bereikt.

Eenmalige hoge opname op pensioendatum

10% pensioenkapitaal ineens opnemen

Er komt ten gevolge het pensioenakkoord een mogelijkheid om eenmalig een hoge opname te doen van 10% van de waarde van de pensioenuitkering op pensioeningangsdatum. En dit zal ook gelden voor bijvoorbeeld lijfrenten (die u privé bijvoorbeeld bezit).

Verdere keuzemogelijkheden worden nog onderzocht, bijvoorbeeld:

  • Een deel pensioen ineens voor aflossing van de hypotheek opnemen
  • Groener beleggen
  • Keuze tussen deel vast en deel variabele pensioenuitkering

AOW leeftijd stijgt minder snel

De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog. Het kabinet komt daarmee tegemoet aan de eisen van de vakbonden.

De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 66 jaar en 4 maanden. In 2022 stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden en komt in 2024 uit op 67 jaar. Daarna zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate. Het wetsvoorstel ‘temporisering verhoging AOW-leeftijd‘ is op 2 juli 2019 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 5 juli 2019 is de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd in het Staatsblad gepubliceerd.

Bron:www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/pensioen/toekomst-pensioenstelsel/aow-leeftijd-stijgt-minder-snel

29% werkgevers heeft geen pensioenregeling

Van alle bedrijven is 29% een witte werkgever: een ondernemer die voor geen enkele werknemer een pensioenregeling heeft. In totaal gaat het om 80.000 bedrijven, vrijwel allemaal met minder dan tien medewerkers.
Zo’n 856.000 mensen in loondienst bouwen geen pensioen op bij hun
werkgever. Kosten en administratieve rompslomp zijn belangrijke
redenen voor bedrijven om af te zien van pensioenopbouw voor
werknemers. Dat blijkt uit een Kamerbrief van minister Wouter
Koolmees van Sociale Zaken. Daarin staat dat 13% van de werknemers
(in totaal 856.000) eind 2016 tot de witte vlek behoorde van
loondienstmedewerkers die geen pensioen opbouwen. In eerdere
tellingen werd uitgegaan van 4%, maar nu is volgens het CBS een
nauwkeurigere methode gebruikt.
Minder dan tien werknemers.
Van alle bedrijven heeft 29% geen
pensioenregeling. Het gaat in 98% van de gevallen om ondernemingen
die minder dan tien mensen op de loonlijst hebben staan. In de sector
industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling en overige
consultancy is het percentage werknemers zonder pensioenopbouw het hoogst. Bijna de helft valt niet onder een regeling.
Trouw schrijft over de achterliggende redenen: bedrijven hebben geen pensioenregeling
vanwege de kosten, de administratieve rompslomp en een gebrek aan
vertrouwen.
Uitzendkrachten.
Volgens het CBS bouwen 136.000 uitzendkrachten, een derde van het
totaal, geen pensioen op. Die groep werd eerder niet meegeteld. Het
eerste halfjaar hoeven uitzendbureaus geen pensioenregeling te hebben, daarna wel. Ook dan valt een kwart van de uitzendkrachten nog niet
onder een regeling. Overigens bouwt 60% van de uitzendkrachten in het eerste halfjaar al wel pensioen op. De meeste mensen zonder
pensioenregeling werken bij een bedrijf dat wel is aangesloten bij een
pensioenfonds. Soms gaat het om werknemers die uit een overname van een ander bedrijf komen. Ook geven sommige werknemers met hogere inkomens aan geen pensioen op te willen bouwen. De meeste mensen
hebben wel iets geregeld voor hun pensioen: of ze sparen zelf of ze
hebben bij een andere werkgever pensioen opgebouwd.

bron: Assurantie Magazine

Pensioenkoepels pleiten voor pensioenplan bij scheiding

Het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie roepen de overheid op om ervoor te zorgen dat ex-partners geholpen worden om bij de scheiding bewuste afspraken te maken over de verdeling van het pensioen. Dit kan door de introductie van een pensioenplan (vergelijkbaar met een ouderschapsplan). 

Dit voorstel doen de pensioenkoepels aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in hun reactie op de internetconsultatie van het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding. Het wetsvoorstel regelt dat het aan de ex-partners toe te kennen pensioen automatisch wordt omgezet in een eigen ouderdomspensioen voor de ex-partner, tenzij partners aangeven dat ze het anders willen regelen.

Groot vermogen
Bij de evaluatie van de huidige wettelijke regels is geconstateerd dat er onvoldoende bekendheid is van de wet bij scheidingsprofessionals en burgers als het om pensioen gaat. Gevolg is dat pensioen onvoldoende aandacht krijgt bij de scheiding. En dat terwijl pensioen na de eigen woning vaak het grootste vermogen vertegenwoordigt dat wordt verdeeld. Met het nieuwe wetsvoorstel wordt het belang dat men bewuste afspraken maakt over de verdeling van pensioen nog groter dan nu.

Pensioenplan
De nieuwe wet wil ervoor zorgen dat mensen voor wat hun pensioen betreft na een scheiding zo snel mogelijk zelfstandig verder kunnen. Bij automatische omzetting is men niet meer afhankelijk van de ex-partner, omdat de rechten op ouderdomspensioen al bij de echtscheiding worden verdeeld. Maar omdat zo’n automatische conversie onherroepelijk is, vinden het Verbond en de Pensioenfederatie het belangrijk dat die keuze bewust wordt gemaakt en goed wordt vastgelegd. Om te kunnen scheiden, is het hebben van een pensioenplan daarom een noodzakelijke voorwaarde.

Vereenvoudiging
De beide brancheorganisaties staan achter de keuze voor een automatische omzetting, omdat daarmee wordt voorkomen dat de verdeling van het pensioen – soms pas jaren na een echtscheiding – alsnog geregeld moet worden. Wel vragen het Verbond en de Pensioenfederatie aandacht voor enkele verbeterpunten, die kunnen leiden tot verdere vereenvoudiging en modernisering van het wetsvoorstel. Zoals het voorstel om conversie ook mogelijk te maken bij scheiding van tafel en bed en op verzoek ook open te stellen voor ongehuwd samenwonenden. Ten slotte vinden het Verbond en de Pensioenfederatie het van belang dat er een betere oplossing komt voor situaties waar mensen in terecht kunnen komen als een alimentatie betalende ex-partner voor de pensioendatum overlijdt en er behoefte is aan een partnerpensioen.

Bron: Verbond van Verzekeraars

Wetsvoorstel samenvoeging klein pensioen aangenomen

Op 21 november jongstleden heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel “Wet waardeoverdracht klein pensioen” waarmee de bevoegdheid tot afkoop van een klein pensioen door de pensioenuitvoerder wordt vervangen door een bevoegdheid tot waardeoverdracht. Deze waardeoverdracht vindt plaats zonder toestemming van de werknemer. In de praktijk betekent dit dat de uitvoerder bij het pensioenregister binnen een jaar na einde deelneming toetst of de betreffende gewezen deelnemer inmiddels pensioen opbouwt bij een ander uitvoerder. Zo ja, dan vindt automatisch waardeoverdracht van het kleine pensioen plaats naar de nieuwe uitvoerder. Indien nee, dan vindt jaarlijks een hertoetsing plaats.

Belangrijk met het oog op ( toekomstige ) wijziging van bestaande aanspraken is het onderdeel uit het wetsvoorstel dat toeziet op aanpassing aan een nieuwe pensioenrichtleeftijd. Het wetsvoorstel maakt aanpassing mogelijk zonder instemming of bezwaarmogelijkheid van de deelnemer.

bron: http://www.nieuwsszw.nl/kleine-pensioentjes/

Eenzijdig verhogen pensioenleeftijd in strijd met wet

Pensioenfonds Sabic moet drie oud-medewerkers hun oude rechten teruggeven. Aldus het vonnis van de rechtbank Limburg.

De drie ex-medewerkers, nu respectievelijk 61, 62 en 62 jaar oud, geven te kennen met 65 jaar pensioen te willen. Net als tal van andere pensioenfondsen heeft Sabic in 2014 ervoor gekozen om de rechten collectief om te zetten naar 67 jaar. Dat betekent in de praktijk dat degenen die eerder willen stoppen met werken, hun ‘pensioen naar voren trekken’. Met als gevolg een lagere uitkering. 

De wet is in de ogen van de rechter echter duidelijk. Volgens artikel 83 van de pensioenwet kan een individuele deelnemer bezwaar maken tegen een verhoging van de pensioenrichtleeftijd, die nodig is voor het berekenen van de pensioenpremie. En dat heeft het drietal dan ook gedaan. Sabic was echter van mening dat het belang van het collectief prevaleert boven dat van het individu.

Verklaring

Het pensioenfonds van het chemisch bedrijf voelde zich daarbij gesteund door een verklaring van oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma. Die had als toezichthouder van De Nederlandsche Bank, de handelwijze goedgekeurd. Het omzetten van de rechten naar 67 jaar mocht van haar zonder toestemming van deelnemers, omdat zij in principe evenveel pensioen blijven ontvangen. De uitkeringsperiode – tot aan de dood – wordt weliswaar korter, maar het maandbedrag gaat omhoog.

Voor de bezwaarmakers van Sabic pakt de regeling, volgens huidige berekeningen, evenwel beroerd uit. Zij ontvangen conform de nieuwe regeling op hun 65ste minder pensioen, dan op basis van de oude afspraken. Dat vinden ze onredelijk, een reden om naar de rechter te stappen.

Principezaak

De betroffen ex-medewerkers en diens juridische adviseurs hadden nog willen schikken met Sabic. De schade voor het pensioenfonds zou in dat geval slechts enkele duizenden euro’s zijn. Pensioenfonds Sabic besloot er echter een principezaak van te maken. De advocaat van de eisers is blij met de uitspraak van de rechter. Het moet niet zo zijn dat pensioenfondsen en werkgevers van alles over het pensioen beslissen zonder de werknemer, die er hard voor werkt, bij te betrekken.

Idealiter zouden pensioenfondsen er twee regelingen op na moeten houden. Eentje die uitgaat van de oude situatie en eentje vanaf 2014 met een pensioenleeftijd van 67 jaar. Dat maakt het voor deelnemers echter nodeloos ingewikkeld en zorgt voor extra administratieve rompslomp en lasten. Vandaar dat veel fondsen ervoor hebben gekozen alle rechten om te zetten naar 67 jaar. De materie wordt straks nog ingewikkelder, omdat de pensioenrichtleeftijd binnenkort naar 68 jaar gaat. Werkenden krijgen dan te maken met drie regelingen.

Om complicaties en nieuwe rechtszaken te voorkomen, is er een wetswijziging in de maak. Die maakt het voor pensioenfondsen mogelijk ook zonder expliciete toestemming van deelnemers, de fiscale pensioenrichtleeftijd te verhogen.

bron: Limburgs Dagblad – artikel van Frans Driessen – 14 november 2017

PENSIOEN (RICHT)LEEFTIJD PER 01.01.2018 NAAR 68 JAAR

De Pensioen (Richt) Leeftijd gaat per 01.01.2018 naar leeftijd 68 jaar.

Dit heeft mogelijk consequenties voor uw pensioenregeling(en). Laat u daarom tijdig voorlichten en informeren en controleer of uw regeling voldoet aan de nieuwe fiscale kaders.

Op weg naar pensioenbewustzijn. Hét Kenniscentrum voor Pensioen bundelt expertise

Klik op het artikel uit Wij Limburg om te lezen!