Wetsvoorstel samenvoeging klein pensioen aangenomen

Op 21 november jongstleden heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel “Wet waardeoverdracht klein pensioen” waarmee de bevoegdheid tot afkoop van een klein pensioen door de pensioenuitvoerder wordt vervangen door een bevoegdheid tot waardeoverdracht. Deze waardeoverdracht vindt plaats zonder toestemming van de werknemer. In de praktijk betekent dit dat de uitvoerder bij het pensioenregister binnen een jaar na einde deelneming toetst of de betreffende gewezen deelnemer inmiddels pensioen opbouwt bij een ander uitvoerder. Zo ja, dan vindt automatisch waardeoverdracht van het kleine pensioen plaats naar de nieuwe uitvoerder. Indien nee, dan vindt jaarlijks een hertoetsing plaats.

Belangrijk met het oog op ( toekomstige ) wijziging van bestaande aanspraken is het onderdeel uit het wetsvoorstel dat toeziet op aanpassing aan een nieuwe pensioenrichtleeftijd. Het wetsvoorstel maakt aanpassing mogelijk zonder instemming of bezwaarmogelijkheid van de deelnemer.

bron: http://www.nieuwsszw.nl/kleine-pensioentjes/

Eenzijdig verhogen pensioenleeftijd in strijd met wet

Pensioenfonds Sabic moet drie oud-medewerkers hun oude rechten teruggeven. Aldus het vonnis van de rechtbank Limburg.

De drie ex-medewerkers, nu respectievelijk 61, 62 en 62 jaar oud, geven te kennen met 65 jaar pensioen te willen. Net als tal van andere pensioenfondsen heeft Sabic in 2014 ervoor gekozen om de rechten collectief om te zetten naar 67 jaar. Dat betekent in de praktijk dat degenen die eerder willen stoppen met werken, hun ‘pensioen naar voren trekken’. Met als gevolg een lagere uitkering. 

De wet is in de ogen van de rechter echter duidelijk. Volgens artikel 83 van de pensioenwet kan een individuele deelnemer bezwaar maken tegen een verhoging van de pensioenrichtleeftijd, die nodig is voor het berekenen van de pensioenpremie. En dat heeft het drietal dan ook gedaan. Sabic was echter van mening dat het belang van het collectief prevaleert boven dat van het individu.

Verklaring

Het pensioenfonds van het chemisch bedrijf voelde zich daarbij gesteund door een verklaring van oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma. Die had als toezichthouder van De Nederlandsche Bank, de handelwijze goedgekeurd. Het omzetten van de rechten naar 67 jaar mocht van haar zonder toestemming van deelnemers, omdat zij in principe evenveel pensioen blijven ontvangen. De uitkeringsperiode – tot aan de dood – wordt weliswaar korter, maar het maandbedrag gaat omhoog.

Voor de bezwaarmakers van Sabic pakt de regeling, volgens huidige berekeningen, evenwel beroerd uit. Zij ontvangen conform de nieuwe regeling op hun 65ste minder pensioen, dan op basis van de oude afspraken. Dat vinden ze onredelijk, een reden om naar de rechter te stappen.

Principezaak

De betroffen ex-medewerkers en diens juridische adviseurs hadden nog willen schikken met Sabic. De schade voor het pensioenfonds zou in dat geval slechts enkele duizenden euro’s zijn. Pensioenfonds Sabic besloot er echter een principezaak van te maken. De advocaat van de eisers is blij met de uitspraak van de rechter. Het moet niet zo zijn dat pensioenfondsen en werkgevers van alles over het pensioen beslissen zonder de werknemer, die er hard voor werkt, bij te betrekken.

Idealiter zouden pensioenfondsen er twee regelingen op na moeten houden. Eentje die uitgaat van de oude situatie en eentje vanaf 2014 met een pensioenleeftijd van 67 jaar. Dat maakt het voor deelnemers echter nodeloos ingewikkeld en zorgt voor extra administratieve rompslomp en lasten. Vandaar dat veel fondsen ervoor hebben gekozen alle rechten om te zetten naar 67 jaar. De materie wordt straks nog ingewikkelder, omdat de pensioenrichtleeftijd binnenkort naar 68 jaar gaat. Werkenden krijgen dan te maken met drie regelingen.

Om complicaties en nieuwe rechtszaken te voorkomen, is er een wetswijziging in de maak. Die maakt het voor pensioenfondsen mogelijk ook zonder expliciete toestemming van deelnemers, de fiscale pensioenrichtleeftijd te verhogen.

bron: Limburgs Dagblad – artikel van Frans Driessen – 14 november 2017

PENSIOEN (RICHT)LEEFTIJD PER 01.01.2018 NAAR 68 JAAR

De Pensioen (Richt) Leeftijd gaat per 01.01.2018 naar leeftijd 68 jaar.

Dit heeft mogelijk consequenties voor uw pensioenregeling(en). Laat u daarom tijdig voorlichten en informeren en controleer of uw regeling voldoet aan de nieuwe fiscale kaders.

Op weg naar pensioenbewustzijn. Hét Kenniscentrum voor Pensioen bundelt expertise

Klik op het artikel uit Wij Limburg om te lezen!

Samenvoegen kleine pensioen potjes

Om het teloorgaan van kleine pensioenen, als bedoeld in artikel 66 Pensioenwet, te voorkomen en deze een oudedagsbestemming te laten behouden, zou afkoop plaats moeten maken voor waardeoverdracht voor nieuwe aanspraken.

Afkopen is voor de pensioenuitvoerders vanwege de hoge administratiekosten goedkoper. Maar de werknemer heeft na zijn pensionering minder geld te besteden. Demissionair staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dit geen goede ontwikkeling en heeft in overleg met de pensioenfondsen, verzekeraars, werkgeversorganisaties en vakbonden besloten de regeling voor de afkoop van een klein pensioen aan te passen. Bij doorgang van dit wetsvoorstel kan de pensioenuitvoerder niet meer eenzijdig besluiten tot afkoop van pensioen en kunnen verschillende pensioen potjes worden samengevoegd; kleine pensioenen behouden dan een echte pensioenbestemming.

Bron: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/pensioen/nieuws/2017/05/12/oplossing-voor-mensen-met-klein-pensioen

Wet uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen door de eerste kamer

De Eerste Kamer heeft gistermiddag het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen na stemming met algemene stemmen aangenomen.

Door deze wet is het voor de DGA mogelijk geworden om zijn pensioen in eigen beheer bij zijn BV af te stempelen tot de fiscale waarde. Hiermee vervalt mogelijk de dividendklem en worden de administratieve lasten voor de BV lager.

Voor de DGA heeft de wet (grote) gevolgen voor zijn inkomen na pensionering. Verdere opbouw van het pensioen in eigen beheer is niet meer toegestaan. Door de keuze voor afstempelen naar de fiscale waarde gevolgd door omzetting naar de oudedagsverplichting, wordt het oudedagsinkomen (veel) lager. Wordt er gekozen voor de afkoop van het pensioen dan is er vanuit de BV helemaal geen recht meer op pensioen.

Voorzover U als DGA nog geen contact hieromtrent heeft gehad met uw accountant of financieel adviseur is het thans de hoogste tijk om actie te ondernemen. Vanzelfsprekend kunt u ook advies inwinnen bij Hét Kenniscentrum voor Pensioen.

Wijziging van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen

Eind 2016 noteerden wij dat de Eerste Kamer het verzoek van de Staatssecretaris Wiebes van Financiën om de stemming over het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen’ (Wet uitfasering PEB) uit te stellen had ingewilligd.

Het wetsvoorstel is vorig jaar door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet behandeld door de Eerste Kamer. Wiebes trok de wet in december te elfder ure terug. De aftrekmogelijkheid van de toekomstige indexaties op het moment van afkoop of omzetting – nog bevestigd in een memorie van antwoord – zou de overheid miljarden aan belastinggeld kosten, zo hadden experts gewaarschuwd.

Continue reading “Wijziging van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen” »

Hoofdlijnen van het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen

Zoals reeds eerder door ons werd gemeld is Staatssecretaris Klijnsma van SZW voornemens een wetsvoorstel in te dienen dat het veelvuldig teloor gaan van kleine pensioenen, als bedoeld in artikel 66 Pensioenwet, dient te voorkomen. Om het kleine pensioen een oudedagsbestemming te laten behouden, zou afkoop plaats moeten maken voor waardeoverdracht.

In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 22 november 2016 zet de Staatssecretaris de hoofdlijnen van het komende wetsvoorstel uiteen. In plaats van het recht op afkoop verkrijgt de pensioenuitvoerder een recht op waardeoverdracht, zonder tussenkomst van de ex-deelnemer, naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor een recht en geen plicht tot waardeoverdracht. Als de pensioenuitvoerder niet kiest voor waardeoverdracht kan op de pensioeningangsdatum nog wel tot afkoop worden overgegaan. Pensioenuitvoerders dienen een inkomende waardeoverdracht via dit systeem te accepteren. Daarnaast kunnen uitvoerders op vrijwillige basis ook reeds bestaande kleine pensioenen overdragen.

Tenslotte is de Staatssecretaris voornemens om een regeling te introduceren waarin zeer kleine pensioenen komen te vervallen. Gedacht wordt hierbij aan een afkoopwaarde van € 14,- , vergelijkbaar met de grens die de Belastingdienst hanteert bij het niet meer terugstorten van teveel betaalde loonbelasting.

bron: Nederlands Pensioen Bureau

Stemming over ‘Wet uitfasering PEB’ uitgesteld op verzoek van Staatssecretaris Wiebes

Op de dag waarop de Eerste Kamer zou stemmen over het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen’ (Wet uitfasering PEB) heeft de Staatssecretaris van Financiën middels een brief aan de Kamer gevraagd de stemming uit te stellen. De Eerste Kamer heeft dit verzoek inmiddels gehonoreerd.

Reden van het verzoek van Staatssecretaris Wiebes is dat hem vanuit de praktijk signalen bereiken dat DGA’s mogelijk op het moment van afkoop of omzetting de (toekomstige) indexatie over de opgebouwde pensioenaanspraken ten laste van de fiscale winst wensen te brengen. De Staatssecretaris onderzoekt wat de eventuele gevolgen hiervan zijn en of er aanvullende regelgeving gewenst is. Dit laatste zal dan geschieden middels een zogenaamde novelle (een aanvulling op het huidige wetsvoorstel die eerst nog door de Tweede kamer behandeld dient te worden).

Dit kan consequenties hebben voor de beoogde ingangsdatum van het wetsvoorstel, maar de Staatssecretaris geeft in zijn brief aan dat in dat geval de overige pensioenmaatregelen (zoals het vervallen van de 100% grens) met terugwerkende kracht zullen ingaan.

 

Leidraad AFM inzake Wet verbeterde premieregeling

Op 1 september 2016 is de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) in werking getreden. De Wvp wijzigt de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op de loonbelasting 1964. Wij berichtten u reeds hierover in eerdere Nieuwsflitsen (links: 03/2016 en 09/2016).

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wvp is de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in contact getreden met de pensioensector. Dit heeft geresulteerd in de ‘Leidraad Wet verbeterde premieregeling’ (hierna: de Leidraad), welke antwoord geeft op vragen omtrent de Wvp en bovendien ingaat op enkele van de risico’s die de AFM hieromtrent signaleert.

In de Leidraad maant de AFM pensioenuitvoerders en sociale partners om in het kader van de Wvp rekening te houden met de belangen van de (gewezen) deelnemer. Hierbij denkt de AFM aan een zo goed mogelijke begeleiding van de (gewezen) deelnemer, onder meer door het faciliteren van een goede keuzearchitectuur, het verstrekken van effectieve (en activerende) informatie en hulp bij het maken van een keuze tussen een vastgestelde of een variabele uitkering.

De Leidraad richt zich tot alle (soorten) pensioenuitvoerders alsmede de sociale partners. Voor deze partijen ziet de AFM een rol om voorzienbare teleurstellingen bij de (gewezen) deelnemer te voorkomen.