29% werkgevers heeft geen pensioenregeling

Van alle bedrijven is 29% een witte werkgever: een ondernemer die voor geen enkele werknemer een pensioenregeling heeft. In totaal gaat het om 80.000 bedrijven, vrijwel allemaal met minder dan tien medewerkers.
Zo’n 856.000 mensen in loondienst bouwen geen pensioen op bij hun
werkgever. Kosten en administratieve rompslomp zijn belangrijke
redenen voor bedrijven om af te zien van pensioenopbouw voor
werknemers. Dat blijkt uit een Kamerbrief van minister Wouter
Koolmees van Sociale Zaken. Daarin staat dat 13% van de werknemers
(in totaal 856.000) eind 2016 tot de witte vlek behoorde van
loondienstmedewerkers die geen pensioen opbouwen. In eerdere
tellingen werd uitgegaan van 4%, maar nu is volgens het CBS een
nauwkeurigere methode gebruikt.
Minder dan tien werknemers.
Van alle bedrijven heeft 29% geen
pensioenregeling. Het gaat in 98% van de gevallen om ondernemingen
die minder dan tien mensen op de loonlijst hebben staan. In de sector
industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling en overige
consultancy is het percentage werknemers zonder pensioenopbouw het hoogst. Bijna de helft valt niet onder een regeling.
Trouw schrijft over de achterliggende redenen: bedrijven hebben geen pensioenregeling
vanwege de kosten, de administratieve rompslomp en een gebrek aan
vertrouwen.
Uitzendkrachten.
Volgens het CBS bouwen 136.000 uitzendkrachten, een derde van het
totaal, geen pensioen op. Die groep werd eerder niet meegeteld. Het
eerste halfjaar hoeven uitzendbureaus geen pensioenregeling te hebben, daarna wel. Ook dan valt een kwart van de uitzendkrachten nog niet
onder een regeling. Overigens bouwt 60% van de uitzendkrachten in het eerste halfjaar al wel pensioen op. De meeste mensen zonder
pensioenregeling werken bij een bedrijf dat wel is aangesloten bij een
pensioenfonds. Soms gaat het om werknemers die uit een overname van een ander bedrijf komen. Ook geven sommige werknemers met hogere inkomens aan geen pensioen op te willen bouwen. De meeste mensen
hebben wel iets geregeld voor hun pensioen: of ze sparen zelf of ze
hebben bij een andere werkgever pensioen opgebouwd.

bron: Assurantie Magazine

Pensioenkoepels pleiten voor pensioenplan bij scheiding

Het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie roepen de overheid op om ervoor te zorgen dat ex-partners geholpen worden om bij de scheiding bewuste afspraken te maken over de verdeling van het pensioen. Dit kan door de introductie van een pensioenplan (vergelijkbaar met een ouderschapsplan). 

Dit voorstel doen de pensioenkoepels aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in hun reactie op de internetconsultatie van het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding. Het wetsvoorstel regelt dat het aan de ex-partners toe te kennen pensioen automatisch wordt omgezet in een eigen ouderdomspensioen voor de ex-partner, tenzij partners aangeven dat ze het anders willen regelen.

Groot vermogen
Bij de evaluatie van de huidige wettelijke regels is geconstateerd dat er onvoldoende bekendheid is van de wet bij scheidingsprofessionals en burgers als het om pensioen gaat. Gevolg is dat pensioen onvoldoende aandacht krijgt bij de scheiding. En dat terwijl pensioen na de eigen woning vaak het grootste vermogen vertegenwoordigt dat wordt verdeeld. Met het nieuwe wetsvoorstel wordt het belang dat men bewuste afspraken maakt over de verdeling van pensioen nog groter dan nu.

Pensioenplan
De nieuwe wet wil ervoor zorgen dat mensen voor wat hun pensioen betreft na een scheiding zo snel mogelijk zelfstandig verder kunnen. Bij automatische omzetting is men niet meer afhankelijk van de ex-partner, omdat de rechten op ouderdomspensioen al bij de echtscheiding worden verdeeld. Maar omdat zo’n automatische conversie onherroepelijk is, vinden het Verbond en de Pensioenfederatie het belangrijk dat die keuze bewust wordt gemaakt en goed wordt vastgelegd. Om te kunnen scheiden, is het hebben van een pensioenplan daarom een noodzakelijke voorwaarde.

Vereenvoudiging
De beide brancheorganisaties staan achter de keuze voor een automatische omzetting, omdat daarmee wordt voorkomen dat de verdeling van het pensioen – soms pas jaren na een echtscheiding – alsnog geregeld moet worden. Wel vragen het Verbond en de Pensioenfederatie aandacht voor enkele verbeterpunten, die kunnen leiden tot verdere vereenvoudiging en modernisering van het wetsvoorstel. Zoals het voorstel om conversie ook mogelijk te maken bij scheiding van tafel en bed en op verzoek ook open te stellen voor ongehuwd samenwonenden. Ten slotte vinden het Verbond en de Pensioenfederatie het van belang dat er een betere oplossing komt voor situaties waar mensen in terecht kunnen komen als een alimentatie betalende ex-partner voor de pensioendatum overlijdt en er behoefte is aan een partnerpensioen.

Bron: Verbond van Verzekeraars

Wetsvoorstel samenvoeging klein pensioen aangenomen

Op 21 november jongstleden heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel “Wet waardeoverdracht klein pensioen” waarmee de bevoegdheid tot afkoop van een klein pensioen door de pensioenuitvoerder wordt vervangen door een bevoegdheid tot waardeoverdracht. Deze waardeoverdracht vindt plaats zonder toestemming van de werknemer. In de praktijk betekent dit dat de uitvoerder bij het pensioenregister binnen een jaar na einde deelneming toetst of de betreffende gewezen deelnemer inmiddels pensioen opbouwt bij een ander uitvoerder. Zo ja, dan vindt automatisch waardeoverdracht van het kleine pensioen plaats naar de nieuwe uitvoerder. Indien nee, dan vindt jaarlijks een hertoetsing plaats.

Belangrijk met het oog op ( toekomstige ) wijziging van bestaande aanspraken is het onderdeel uit het wetsvoorstel dat toeziet op aanpassing aan een nieuwe pensioenrichtleeftijd. Het wetsvoorstel maakt aanpassing mogelijk zonder instemming of bezwaarmogelijkheid van de deelnemer.

bron: http://www.nieuwsszw.nl/kleine-pensioentjes/

Eenzijdig verhogen pensioenleeftijd in strijd met wet

Pensioenfonds Sabic moet drie oud-medewerkers hun oude rechten teruggeven. Aldus het vonnis van de rechtbank Limburg.

De drie ex-medewerkers, nu respectievelijk 61, 62 en 62 jaar oud, geven te kennen met 65 jaar pensioen te willen. Net als tal van andere pensioenfondsen heeft Sabic in 2014 ervoor gekozen om de rechten collectief om te zetten naar 67 jaar. Dat betekent in de praktijk dat degenen die eerder willen stoppen met werken, hun ‘pensioen naar voren trekken’. Met als gevolg een lagere uitkering. 

De wet is in de ogen van de rechter echter duidelijk. Volgens artikel 83 van de pensioenwet kan een individuele deelnemer bezwaar maken tegen een verhoging van de pensioenrichtleeftijd, die nodig is voor het berekenen van de pensioenpremie. En dat heeft het drietal dan ook gedaan. Sabic was echter van mening dat het belang van het collectief prevaleert boven dat van het individu.

Verklaring

Het pensioenfonds van het chemisch bedrijf voelde zich daarbij gesteund door een verklaring van oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma. Die had als toezichthouder van De Nederlandsche Bank, de handelwijze goedgekeurd. Het omzetten van de rechten naar 67 jaar mocht van haar zonder toestemming van deelnemers, omdat zij in principe evenveel pensioen blijven ontvangen. De uitkeringsperiode – tot aan de dood – wordt weliswaar korter, maar het maandbedrag gaat omhoog.

Voor de bezwaarmakers van Sabic pakt de regeling, volgens huidige berekeningen, evenwel beroerd uit. Zij ontvangen conform de nieuwe regeling op hun 65ste minder pensioen, dan op basis van de oude afspraken. Dat vinden ze onredelijk, een reden om naar de rechter te stappen.

Principezaak

De betroffen ex-medewerkers en diens juridische adviseurs hadden nog willen schikken met Sabic. De schade voor het pensioenfonds zou in dat geval slechts enkele duizenden euro’s zijn. Pensioenfonds Sabic besloot er echter een principezaak van te maken. De advocaat van de eisers is blij met de uitspraak van de rechter. Het moet niet zo zijn dat pensioenfondsen en werkgevers van alles over het pensioen beslissen zonder de werknemer, die er hard voor werkt, bij te betrekken.

Idealiter zouden pensioenfondsen er twee regelingen op na moeten houden. Eentje die uitgaat van de oude situatie en eentje vanaf 2014 met een pensioenleeftijd van 67 jaar. Dat maakt het voor deelnemers echter nodeloos ingewikkeld en zorgt voor extra administratieve rompslomp en lasten. Vandaar dat veel fondsen ervoor hebben gekozen alle rechten om te zetten naar 67 jaar. De materie wordt straks nog ingewikkelder, omdat de pensioenrichtleeftijd binnenkort naar 68 jaar gaat. Werkenden krijgen dan te maken met drie regelingen.

Om complicaties en nieuwe rechtszaken te voorkomen, is er een wetswijziging in de maak. Die maakt het voor pensioenfondsen mogelijk ook zonder expliciete toestemming van deelnemers, de fiscale pensioenrichtleeftijd te verhogen.

bron: Limburgs Dagblad – artikel van Frans Driessen – 14 november 2017

PENSIOEN (RICHT)LEEFTIJD PER 01.01.2018 NAAR 68 JAAR

De Pensioen (Richt) Leeftijd gaat per 01.01.2018 naar leeftijd 68 jaar.

Dit heeft mogelijk consequenties voor uw pensioenregeling(en). Laat u daarom tijdig voorlichten en informeren en controleer of uw regeling voldoet aan de nieuwe fiscale kaders.

Op weg naar pensioenbewustzijn. Hét Kenniscentrum voor Pensioen bundelt expertise

Klik op het artikel uit Wij Limburg om te lezen!

Samenvoegen kleine pensioen potjes

Om het teloorgaan van kleine pensioenen, als bedoeld in artikel 66 Pensioenwet, te voorkomen en deze een oudedagsbestemming te laten behouden, zou afkoop plaats moeten maken voor waardeoverdracht voor nieuwe aanspraken.

Afkopen is voor de pensioenuitvoerders vanwege de hoge administratiekosten goedkoper. Maar de werknemer heeft na zijn pensionering minder geld te besteden. Demissionair staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dit geen goede ontwikkeling en heeft in overleg met de pensioenfondsen, verzekeraars, werkgeversorganisaties en vakbonden besloten de regeling voor de afkoop van een klein pensioen aan te passen. Bij doorgang van dit wetsvoorstel kan de pensioenuitvoerder niet meer eenzijdig besluiten tot afkoop van pensioen en kunnen verschillende pensioen potjes worden samengevoegd; kleine pensioenen behouden dan een echte pensioenbestemming.

Bron: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/pensioen/nieuws/2017/05/12/oplossing-voor-mensen-met-klein-pensioen

Wet uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen door de eerste kamer

De Eerste Kamer heeft gistermiddag het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen na stemming met algemene stemmen aangenomen.

Door deze wet is het voor de DGA mogelijk geworden om zijn pensioen in eigen beheer bij zijn BV af te stempelen tot de fiscale waarde. Hiermee vervalt mogelijk de dividendklem en worden de administratieve lasten voor de BV lager.

Voor de DGA heeft de wet (grote) gevolgen voor zijn inkomen na pensionering. Verdere opbouw van het pensioen in eigen beheer is niet meer toegestaan. Door de keuze voor afstempelen naar de fiscale waarde gevolgd door omzetting naar de oudedagsverplichting, wordt het oudedagsinkomen (veel) lager. Wordt er gekozen voor de afkoop van het pensioen dan is er vanuit de BV helemaal geen recht meer op pensioen.

Voorzover U als DGA nog geen contact hieromtrent heeft gehad met uw accountant of financieel adviseur is het thans de hoogste tijk om actie te ondernemen. Vanzelfsprekend kunt u ook advies inwinnen bij Hét Kenniscentrum voor Pensioen.

Wijziging van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen

Eind 2016 noteerden wij dat de Eerste Kamer het verzoek van de Staatssecretaris Wiebes van Financiën om de stemming over het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen’ (Wet uitfasering PEB) uit te stellen had ingewilligd.

Het wetsvoorstel is vorig jaar door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet behandeld door de Eerste Kamer. Wiebes trok de wet in december te elfder ure terug. De aftrekmogelijkheid van de toekomstige indexaties op het moment van afkoop of omzetting – nog bevestigd in een memorie van antwoord – zou de overheid miljarden aan belastinggeld kosten, zo hadden experts gewaarschuwd.

Continue reading “Wijziging van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen” »

Hoofdlijnen van het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen

Zoals reeds eerder door ons werd gemeld is Staatssecretaris Klijnsma van SZW voornemens een wetsvoorstel in te dienen dat het veelvuldig teloor gaan van kleine pensioenen, als bedoeld in artikel 66 Pensioenwet, dient te voorkomen. Om het kleine pensioen een oudedagsbestemming te laten behouden, zou afkoop plaats moeten maken voor waardeoverdracht.

In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 22 november 2016 zet de Staatssecretaris de hoofdlijnen van het komende wetsvoorstel uiteen. In plaats van het recht op afkoop verkrijgt de pensioenuitvoerder een recht op waardeoverdracht, zonder tussenkomst van de ex-deelnemer, naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor een recht en geen plicht tot waardeoverdracht. Als de pensioenuitvoerder niet kiest voor waardeoverdracht kan op de pensioeningangsdatum nog wel tot afkoop worden overgegaan. Pensioenuitvoerders dienen een inkomende waardeoverdracht via dit systeem te accepteren. Daarnaast kunnen uitvoerders op vrijwillige basis ook reeds bestaande kleine pensioenen overdragen.

Tenslotte is de Staatssecretaris voornemens om een regeling te introduceren waarin zeer kleine pensioenen komen te vervallen. Gedacht wordt hierbij aan een afkoopwaarde van € 14,- , vergelijkbaar met de grens die de Belastingdienst hanteert bij het niet meer terugstorten van teveel betaalde loonbelasting.

bron: Nederlands Pensioen Bureau